Financial accounting: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Afschrijving

Lineair
(cost − salvage)/life
Dubbel degressief
2/levensduur × boekwaarde aan het begin van het jaar
Som der jaren
(aanschafprijs − restwaarde) × resterende levensduur/SJ
SJ
n(n + 1)/2
Boekwaarde
aanschafprijs − cumulatieve afschrijving

2Oefenopgaven

1.Financial accountingGemiddeld

De handelsvorderingen zijn €50,000 en de jaarlijkse omzet op rekening is €365,000. Wat is de debiteurentermijn?

  1. A50 dagen
  2. B73 dagen
  3. C36,5 dagen
  4. D7,3 dagen
2.Financial accountingMoeilijk

De standaardprijs van materiaal is €5 per kg. De onderneming koopt 1,000 kg voor €5,400. Wat is het prijsverschil op materiaal?

  1. A€5,400 nadelig
  2. B€400 nadelig
  3. C€400 voordelig
  4. D€0,40 nadelig
3.AfschrijvingGemiddeld
0€30 00012345678restwaarde €1 500D = ?jaarBoekwaarde aan het einde van elk jaar

Een productielijn kost €30 000, heeft een gebruiksduur van 8 jaar en een restwaarde van €1 500. Bereken met de dubbel degressieve methode (zonder over te stappen op lineair) de afschrijving D in jaar 3.

aanschafprijs = €30 000levensduur = 8restwaarde = €1 500jaar = 3
D = €
4.AfschrijvingMoeilijk
0€30 00012345678910D = ?jaarBoekwaarde aan het einde van elk jaar

Een machine kost €30 000, heeft een gebruiksduur van 10 jaar en een restwaarde van €0. Bereken met de som-der-jarenmethode de afschrijving D in jaar 5.

aanschafprijs = €30 000levensduur = 10restwaarde = €0jaar = 5
D = €

3Oplossingen

1.Financial accounting

Antwoord: A · 50 dagen

Waarom dit het antwoord is

€50,000 ÷ €365,000 × 365 = 50 dagen. Dit is de gemiddelde tijd die klanten nodig hebben om te betalen.

Antwoord

A · 50 dagen
2.Financial accounting

Antwoord: B · €400 nadelig

Waarom dit het antwoord is

Standaardkosten van 1,000 kg = €5,000; werkelijke kosten = €5,400. Meer betalen dan de standaard geeft een nadelig prijsverschil van €400.

Antwoord

B · €400 nadelig
3.Afschrijving

Antwoord: D = 4219 €

Afschrijving verdeelt de aanschafprijs van een actief over de gebruiksduur. Lineair: (aanschafprijs − restwaarde)/levensduur per jaar. Dubbel degressief: 2/levensduur maal de boekwaarde aan het begin van elk jaar, zodat de afschrijving elk jaar daalt (de restwaarde wordt niet afgetrokken, maar de boekwaarde komt nooit onder de restwaarde). Som der jaren: (aanschafprijs − restwaarde) × resterende levensduur/(1 + 2 + … + n).

Percentage

2/8 = 0,25

Jaar voor jaar

jaar 1: 0,25·30 000,00 = €7 500,00
jaar 2: 0,25·22 500,00 = €5 625,00
jaar 3: 0,25·16 875,00 = €4 218,75

Antwoord

D = €4 218,75
4.Afschrijving

Antwoord: D = 3273 €

Afschrijving verdeelt de aanschafprijs van een actief over de gebruiksduur. Lineair: (aanschafprijs − restwaarde)/levensduur per jaar. Dubbel degressief: 2/levensduur maal de boekwaarde aan het begin van elk jaar, zodat de afschrijving elk jaar daalt (de restwaarde wordt niet afgetrokken, maar de boekwaarde komt nooit onder de restwaarde). Som der jaren: (aanschafprijs − restwaarde) × resterende levensduur/(1 + 2 + … + n).

Breuk voor jaar 5

(10 − 5 + 1)/55 = 6/55

Afschrijving

D = 30 000·6/55 = €3 272,73

Antwoord

D = €3 272,73

ExamProblems · examproblems.com/courses/financial-accounting