Geotechniek: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 6 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Effectieve spanning in grond

Totale spanning
σ = Σγi·hi
Waterspanning
u = γw·(z − zw)
Effectieve spanning
σ′ = σ − u
Water
γw = 9,81 kN/m³

Consolidatiezetting

Normaal geconsolideerd
S = Cc·H/(1 + e0)·log₁₀(σ′f/σ′0)
Eindspanning
σ′f = σ′0 + Δσ (at mid-depth of the layer)
Overgeconsolideerd, σ′f ≤ σ′p
S = Cr·H/(1 + e0)·log₁₀(σ′f/σ′0)
Overgeconsolideerd, σ′f > σ′p
S = H/(1 + e0)·[Cr·log₁₀(σ′p/σ′0) + Cc·log₁₀(σ′f/σ′p)]
Overconsolidatiegraad
OCR = σ′p/σ′0
Consolidatietijd
t = Tv·Hdr²/cv
Drainageweg
Hdr = H/2 (tweezijdige drainage), H (eenzijdige drainage)
Tijdfactoren
U 50% → 0,197, 60% → 0,287, 70% → 0,403, 80% → 0,567, 90% → 0,848

Hydrostatische kracht

Druk op diepte
p = ρgh
Kracht op een verticale wand
F = ρg·hc·A
Drukpunt
yp = yc + Ic/(ycA)
Rechthoek
Ic = bH³/12

2Oefenopgaven

1.Effectieve spanning in grondGemiddeld
zandγd​ = 16 kN/m³γsat​ = 20,5 kN/m³10 mgrondwaterstandXz = 10 m

Vind voor het getoonde grondprofiel de verticale effectieve spanning σ′ in punt X.

z = 10 mzw = 1 mγw = 9,81 kN/m³zand: γd = 16 kN/m³zand: γsat = 20,5 kN/m³
σ′ = kPa
2.Effectieve spanning in grondMoeilijk
zandγd​ = 17 kN/m³γsat​ = 18,5 kN/m³6 mkleiγsat​ = 18,5 kN/m³5 mgrondwaterstandXz = 8,5 m

Vind voor het getoonde grondprofiel de waterspanning u in punt X.

z = 8,5 mzw = 5 mγw = 9,81 kN/m³zand: γd = 17 kN/m³zand: γsat = 18,5 kN/m³klei: γsat = 18,5 kN/m³
u = kPa
3.ConsolidatiezettingGemiddeld
Δσ = 45 kPazandkleiCc​ = 0,3, Cr​ = 0,02e0​ = 1,05σ′0​ = 90 kPaσ′p​ = 150 kPa6,5 mgrondwaterstand

Een overgeconsolideerde kleilaag van 6,5 m dik heeft Cc = 0,3, Cr = 0,02 en e₀ = 1,05. Halverwege de laag is de effectieve verticale spanning 90 kPa en de voorbelastingsspanning is 150 kPa. Een nieuw gebouw voegt halverwege de laag 45 kPa verticale spanning toe. Vind de primaire consolidatiezetting S in mm.

H = 6,5 mCc = 0,3Cr = 0,02e0 = 1,05σ′0 = 90 kPaσ′p = 150 kPaΔσ = 45 kPa
S = mm
4.ConsolidatiezettingMoeilijk
zandkleiH = 7 mcv​ = 1,2 m²/jaar7 mzandgrondwaterstand

Een kleilaag van 7 m dik heeft een consolidatiecoëfficiënt cv = 1,2 m²/jaar. Ze ligt tussen twee zandlagen, dus water draineert aan de boven- en onderkant weg. Voor 90% gemiddelde consolidatie is de tijdfactor Tv = 0,848. Hoeveel jaar t heeft de laag nodig om 90% consolidatie te bereiken?

H = 7 mcv = 1,2 m²/jaarU = 90%Tv = 0,848tweezijdige drainage
t = jaar
5.Hydrostatische krachtGemiddeld
schuifd = 1,5 mH = 2,5 m

Een verticale rechthoekige schuif van 1,5 m breed zit in de wand van een tank met water, met de bovenrand 1,5 m onder het oppervlak. Vind de resulterende hydrostatische kracht F op de schuif.

d = 1,5 mH = 2,5 mb = 1,5 mρ = 1000 kg/m³g = 9,81 m/s²
F = kN
6.Hydrostatische krachtMoeilijk
schuifd = 1 mH = 2 m

Een verticale rechthoekige schuif van 3 m breed zit in de wand van een tank met zeewater, met de bovenrand 1 m onder het oppervlak. Vind de diepte ycp van het drukpunt onder het oppervlak.

d = 1 mH = 2 mb = 3 mρ = 1025 kg/m³g = 9,81 m/s²
ycp = m

3Oplossingen

1.Effectieve spanning in grond

Antwoord: σ′ = 112,2 kPa

Effectieve spanning (Terzaghi): het korrelskelet draagt σ′ = σ − u. De totale spanning σ is het gewicht van alles boven het punt, Σγ·h, met het droge volumegewicht boven de grondwaterstand en het verzadigde eronder. Onder de grondwaterstand is de waterspanning hydrostatisch: u = γw·(diepte onder de grondwaterstand).

Totale spanning

Tel het gewicht op van elke grondlaag boven X. Boven de grondwaterstand gebruik je het droge volumegewicht, eronder het verzadigde.

σ = γd·zw + γsat·(z − zw) = 16·1 + 20,5·9 = 200,5 kPa

Waterspanning

De waterdruk neemt toe met de diepte onder de grondwaterstand.

u = γw·(z − zw) = 9,81·9 = 88,29 kPa

Effectieve spanning

σ′ = σ − u = 200,5 − 88,29 = 112,2 kPa

Antwoord

σ′ = 112,2 kPa
2.Effectieve spanning in grond

Antwoord: u = 34,34 kPa

Effectieve spanning (Terzaghi): het korrelskelet draagt σ′ = σ − u. De totale spanning σ is het gewicht van alles boven het punt, Σγ·h, met het droge volumegewicht boven de grondwaterstand en het verzadigde eronder. Onder de grondwaterstand is de waterspanning hydrostatisch: u = γw·(diepte onder de grondwaterstand).

Waterspanning

De waterdruk neemt toe met de diepte onder de grondwaterstand.

u = γw·(z − zw) = 9,81·3,5 = 34,34 kPa

Antwoord

u = 34,34 kPa
3.Consolidatiezetting

Antwoord: S = 11,17 mm

Primaire consolidatie van een kleilaag met dikte H, met de effectieve spanning in het midden van de laag: σ′f = σ′0 + Δσ. Normaal geconsolideerde klei: S = Cc·H/(1 + e0)·log₁₀(σ′f/σ′0). Overgeconsolideerde klei wordt langs Cr opnieuw samengedrukt tot de voorbelastingsspanning σ′p en volgt pas daarboven Cc. Tijd: t = Tv·Hdr²/cv, waarbij de drainageweg Hdr gelijk is aan H/2 als water boven en onder kan wegstromen, en aan H als maar één kant draineert.

Vergelijk met de voorbelastingsspanning

σ′f = 90 + 45 = 135 kPa ≤ 150 kPa

Zetting

De klei blijft op haar herbelastingslijn.

S = Cr·H/(1 + e0)·log₁₀(σ′f/σ′0) = 0,02·6,5/(1 + 1,05)·log₁₀(135/90) = 11,17 mm

Antwoord

S = 11,17 mm
4.Consolidatiezetting

Antwoord: t = 8,657 jaar

Primaire consolidatie van een kleilaag met dikte H, met de effectieve spanning in het midden van de laag: σ′f = σ′0 + Δσ. Normaal geconsolideerde klei: S = Cc·H/(1 + e0)·log₁₀(σ′f/σ′0). Overgeconsolideerde klei wordt langs Cr opnieuw samengedrukt tot de voorbelastingsspanning σ′p en volgt pas daarboven Cc. Tijd: t = Tv·Hdr²/cv, waarbij de drainageweg Hdr gelijk is aan H/2 als water boven en onder kan wegstromen, en aan H als maar één kant draineert.

Drainageweg

Hdr = H/2 = 7/2 = 3,5 m

Tijd

t = Tv·Hdr²/cv = 0,848·3,5²/1,2 = 8,657 jaar

Antwoord

t = 8,657 jaar
5.Hydrostatische kracht

Antwoord: F = 101,2 kN

Hydrostatische kracht op een vlak oppervlak: F = ρ·g·yc·A. De kracht grijpt aan in het drukpunt, ycp = yc + Ic/(ycA), dat altijd onder het zwaartepunt ligt.

Diepte van het zwaartepunt en oppervlakte

yc = d + H/2 = 1,5 + 2,5/2 = 2,75 m
A = H·b = 2,5·1,5 = 3,75 m²
schuifd = 1,5 mH = 2,5 mF

Resulterende kracht

F = ρ·g·yc·A = 1000·9,81·2,75·3,75 = 101,2 kN

Antwoord

F = 101,2 kN
6.Hydrostatische kracht

Antwoord: ycp = 2,167 m

Hydrostatische kracht op een vlak oppervlak: F = ρ·g·yc·A. De kracht grijpt aan in het drukpunt, ycp = yc + Ic/(ycA), dat altijd onder het zwaartepunt ligt.

Diepte van het zwaartepunt en oppervlakte

yc = d + H/2 = 1 + 2/2 = 2 m
A = H·b = 2·3 = 6 m²
schuifd = 1 mH = 2 mF

Resulterende kracht

F = ρ·g·yc·A = 1025·9,81·2·6 = 120,7 kN

Drukpunt

De druk neemt toe met de diepte, dus de resultante grijpt aan onder het zwaartepunt.

Ic = b·H³/12 = 3·2³/12 = 2 m⁴
ycp = yc + Ic/(yc·A) = 2 + 2/(2·6) = 2,167 m

Antwoord

ycp = 2,167 m

ExamProblems · examproblems.com/courses/geotechnical-engineering