Infuusvloeistoffen en vochtbalans: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Infuusvloeistoffen en vochtbalans

Holliday–Segar per uur
4 mL/kg (eerste 10 kg) + 2 mL/kg (volgende 10 kg) + 1 mL/kg (elke kg boven 20)
Holliday–Segar per dag
100 / 50 / 20 mL/kg voor dezelfde gewichtsklassen
Vochtbalans
intake − output
IJsschilfers
tellen voor de helft van hun volume
Urineproductie
mL/kg/h = mL / (kg × h)
Inlooptijd
tijd (h) = resterend volume (mL) / snelheid (mL/h)
Toegediend volume
mL = snelheid × tijd

Infuussnelheden

Pompsnelheid
mL/h = volume (mL)/time (h)
Druppelsnelheid
drops/min = volume (mL) × drop factor / time (min)
Inlooptijd
time (h) = volume (mL)/rate (mL/h)

Methode

  1. Pompsnelheid in mL/h: volume gedeeld door de tijd in uren.
  2. Druppelsnelheid in druppels/min: volume × druppelfactor gedeeld door de tijd in minuten.
  3. Voor de resterende tijd: resterend volume gedeeld door de snelheid.
  4. Rond af zoals de vraag of de apparatuur vereist.

2Oefenopgaven

1.Infuusvloeistoffen en vochtbalansGemiddeld
IntakeOutputdienst van 12 uurmelk200 mLsap120 mLsoep250 mLInfuus75 mL/h × 12 hintraveneus antibioticum2 × 50 mLurine325 mLurine400 mLurine150 mLwonddrain120 mLbraaksel200 mL

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De lijst toont de intake en output van een patiënt tijdens één dienst van 12 uur. Het infuus liep de hele dienst met de aangegeven snelheid. Bereken de vochtbalans B = intake − output in mL (een negatief antwoord betekent een netto verlies).

melk: 200 mLsap: 120 mLsoep: 250 mLInfuus: 75 mL/h × 12 hintraveneus antibioticum: 2 × 50 mLurine: 325 mLurine: 400 mLurine: 150 mLwonddrain: 120 mLbraaksel: 200 mL
B = mL
2.Infuusvloeistoffen en vochtbalansMoeilijk
500 mL→ 50 mL/hstart 15:30ttotaal​ = ? h150 mL/h × 2 h

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus van 500 mL start om 15:30 met 150 mL/h. Na 2 uur wordt de snelheid veranderd in 50 mL/h en daarna niet meer aangepast. Hoeveel uur t na de start is de zak leeg? Rond af op één decimaal.

500 mL150 mL/h · 2 h50 mL/h
t = h
3.InfuussnelhedenGemiddeld
V = ?60 gtt/mL60 gtt/min8 h

Een infuus loopt met 60 gtt/min via een systeem van 60 gtt/mL. Hoeveel milliliter V krijgt de patiënt in 8 uur?

60 gtt/min60 gtt/mL8 h
V = mL
4.InfuussnelhedenMoeilijk
200 mg250 mL3 mL/h? mcg/min

Een infuus van 200 mg in 250 mL loopt op 3 mL/h. Hoeveel microgram per minuut D krijgt de patiënt?

200 mg/250 mL3 mL/h
D = mcg/min

3Oplossingen

1.Infuusvloeistoffen en vochtbalans

Antwoord: B = 375 mL

Intake en output: intake telt alles wat erin gaat (orale vloeistoffen, infusen, intraveneuze medicatie en spoelingen, sondevoeding); ijsschilfers tellen voor de helft van hun volume. Output telt urine, drains, braaksel en andere verliezen. Balans = totale intake − totale output; een negatieve balans is een netto verlies. De getallen zijn alleen om te oefenen; volg aan het bed altijd de lokale protocollen en laat risicovolle doses dubbel controleren.

Totale intake

oraal: 200 + 120 + 250 = 570 mL
Infuus: 75·12 = 900 mL
intraveneus antibioticum: 2·50 = 100 mL
totale intake = 1570 mL

Totale output

325 + 400 + 150 + 120 + 200 = 1195 mL

Balans

B = 1570 − 1195 = 375 mL

Antwoord

B = 375 mL

Positief: er ging meer vocht in dan eruit.

2.Infuusvloeistoffen en vochtbalans

Antwoord: t = 6 h

Inlooptijd: tijd (h) = in te lopen volume (mL)/snelheid (mL/h); gebruik het volume dat nog in de zak zit, niet de grootte van de zak. Ingelopen volume = snelheid × tijd. Reken decimale uren om naar uren en minuten met de fractie × 60 (0,5 h = 30 min, niet 50 min). De getallen zijn alleen om te oefenen; volg aan het bed altijd de lokale protocollen en laat risicovolle doses dubbel controleren.

Eerste deel

150·2 = 300 mL
500 − 300 = 200 mL over

Tweede deel

200/50 = 4 h

Totale tijd

t = 2 + 4 = 6 h

Antwoord

t = 6 h

Dat is ongeveer 6 h 00 min, dus de zak is rond 21:30 leeg.

3.Infuussnelheden

Antwoord: V = 480 mL

Infusion rates: a pump is set in mL/h = volume/time in hours. A gravity drip is counted in drops per minute: gtt/min = volume (mL) × drop factor (gtt/mL)/time (min). The drop factor is printed on the tubing package: macrodrip sets deliver 10, 15 or 20 gtt/mL (blood sets often 10 gtt/mL in the US, 15 in the UK) and microdrip sets 60 gtt/mL. Always use the drop factor the question or package gives.

Snelheid in mL/h

60·60/60 = 60 mL/h

Volume

V = 60·8 = 480 mL

Antwoord

V = 480 mL
4.Infuussnelheden

Antwoord: D = 40 mcg/min

Dose-based infusions: concentration = amount of drug in the bag/bag volume. Pump rate (mL/h) = dose per hour/concentration, and dose per hour = mL/h × concentration. Convert per-minute doses to per-hour (× 60) and keep the mass units the same (1 g = 1000 mg, 1 mg = 1000 mcg).

Concentratie

200000 mcg/250 mL = 800 mcg/mL

Dosis per uur

3·800 = 2400 mcg/h

Dosis per minuut

D = 2400/60 = 40 mcg/min

Antwoord

D = 40 mcg/min

ExamProblems · examproblems.com/courses/iv-fluids-and-fluid-balance