Break-evenanalyse
- Dekkingsbijdrage
- CM = p − v
- Break-evenafzet
- QBE = FC/(p − v)
- Doelwinst
- Q = (FC + profit)/(p − v)
- Winst
- π = (p − v)·Q − FC
- Veiligheidsmarge
- (Q − QBE)/Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Een product wordt verkocht voor €16 per stuk met variabele kosten van €8 per stuk. De vaste kosten zijn €16 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €5 000?
Een product wordt verkocht voor €49 per stuk, met variabele kosten van €45 per stuk en vaste kosten van €16 000 per jaar. De begrote afzet is 6 400 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
De vlottende activa zijn €300,000, waarvan €100,000 voorraden. De kortlopende schulden zijn €200,000. Wat is de quick ratio (acid test)?
De verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen (debt-to-equity) van een onderneming stijgt sterk. Wat betekent dat meestal?
Antwoord: Q = 2625 stuks
Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).
Antwoord: MS = 37,5 %
Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).
Antwoord: B · 1,0
Quick ratio = (vlottende activa − voorraden) ÷ kortlopende schulden = €200,000 ÷ €200,000 = 1,0. Voorraden worden uitgesloten omdat ze soms langzaam in geld worden omgezet.
Antwoord: B · Een hoger financieel risico, omdat de onderneming meer op geleend geld steunt
Een hogere ratio betekent meer hefboom: rente en aflossing moeten worden betaald, ongeacht het resultaat, dus stijgt het financieel risico, al kan het rendement voor aandeelhouders ook stijgen.
ExamProblems · examproblems.com/courses/management-accounting