Management accounting: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Break-evenanalyse

Dekkingsbijdrage
CM = p − v
Break-evenafzet
QBE = FC/(p − v)
Doelwinst
Q = (FC + profit)/(p − v)
Winst
π = (p − v)·Q − FC
Veiligheidsmarge
(Q − QBE)/Q

2Oefenopgaven

1.Break-evenanalyseGemiddeld
Q€omzettotale kostenvaste kostenQ = ?

Een product wordt verkocht voor €40 per stuk met variabele kosten van €20 per stuk. De vaste kosten zijn €50 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €12 000?

F = €50 000p = €40v = €20winst = €12 000
Q = stuks
2.Break-evenanalyseMoeilijk
Q€omzettotale kostenvaste kosten1 500+12%%ΔΠ = ?

Een bedrijf verkoopt 1 500 stuks voor €26 per stuk, met variabele kosten van €20 per stuk en vaste kosten van €6 000. Met welk percentage %ΔΠ verandert het bedrijfsresultaat als het afzetvolume met 12 % stijgt?

Q = 1 500p = €26v = €20F = €6 000%ΔQ = +12%
%ΔΠ = %
3.Financial accountingGemiddeld

De vaste kosten zijn €20,000, de verkoopprijs is €50 en de variabele kosten zijn €30 per eenheid. Wat is het break-evenpunt?

  1. A2,000 eenheden
  2. B667 eenheden
  3. C400 eenheden
  4. D1,000 eenheden
4.Financial accountingMoeilijk

Drie jaar lang rapporteert een onderneming stijgende winsten, terwijl de operationele kasstroom blijft dalen. Wat moet een analist vermoeden?

  1. ADe winst wordt mogelijk opgedreven door agressieve toerekeningen, zoals stijgende vorderingen of geactiveerde kosten
  2. BDe afschrijving moet te hoog zijn geweest
  3. CDe onderneming heeft een zeer hoge winstkwaliteit
  4. DDe onderneming moet al haar leningen hebben afgelost

3Oplossingen

1.Break-evenanalyse

Antwoord: Q = 3100 stuks

Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).

Dekkingsbijdrage per stuk

p − v = 40 − 20 = €20

Afzet voor de doelwinst

Q = (F + winst)/(p − v) = (50 000 + 12 000)/20 = 3 100

Antwoord

Q = 3 100 stuks
2.Break-evenanalyse

Antwoord: %ΔΠ = 36 %

Operationele hefboom: vaste kosten laten de winst sterker reageren dan de omzet. De operationele hefboom DOL = dekkingsbijdrage/bedrijfsresultaat geeft aan dat een verandering van 1% in de verkopen de winst met DOL % verandert. Hij is heel hoog net boven het break-evenpunt en daalt als de verkopen groeien.

Dekkingsbijdrage en winst

CM = 1 500·6 = €9 000
Π = 9 000 − 6 000 = €3 000

DOL

DOL = 9 000/3 000 = 3

Verandering van de winst

%ΔΠ = 3·(+12%) = +36%

Antwoord

%ΔΠ = +36%

Controle: nieuwe winst = 1 680·6 − 6 000 = €4 080,00.

3.Financial accounting

Antwoord: D · 1,000 eenheden

Waarom dit het antwoord is

Dekkingsbijdrage per eenheid = €50 − €30 = €20. Break-even = €20,000 ÷ €20 = 1,000 eenheden.

Antwoord

D · 1,000 eenheden
4.Financial accounting

Antwoord: A · De winst wordt mogelijk opgedreven door agressieve toerekeningen, zoals stijgende vorderingen of geactiveerde kosten

Waarom dit het antwoord is

Een groeiend verschil tussen winst en operationele kasstroom wijst vaak op een opbouw van werkkapitaal of agressieve verwerking, wat duidt op een lage winstkwaliteit.

Antwoord

A · De winst wordt mogelijk opgedreven door agressieve toerekeningen, zoals stijgende vorderingen of geactiveerde kosten

ExamProblems · examproblems.com/courses/management-accounting