Break-evenanalyse
- Dekkingsbijdrage
- CM = p − v
- Break-evenafzet
- QBE = FC/(p − v)
- Doelwinst
- Q = (FC + profit)/(p − v)
- Winst
- π = (p − v)·Q − FC
- Veiligheidsmarge
- (Q − QBE)/Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Een product wordt verkocht voor €9 per stuk met variabele kosten van €6 per stuk. De vaste kosten zijn €15 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €6 000?
Een bedrijf verkoopt 1 200 stuks per maand voor €24 per stuk, met variabele kosten van €20 per stuk en vaste kosten van €3 200 per maand. De variabele kosten stijgen met €1 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Een machine kost €10,000 en wordt degressief afgeschreven met 20% per jaar van de boekwaarde. Wat is de afschrijving in jaar 2?
Een stijging van de debiteuren in het jaar wordt bij de indirecte methode:
Antwoord: Q = 7000 stuks
Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).
Antwoord: Q = 1600 stuks
Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).
Antwoord: C · €1,600
Jaar 1: 20% × €10,000 = €2,000, er blijft €8,000 over. Jaar 2: 20% × €8,000 = €1,600. Bij degressieve afschrijving wordt elk jaar minder afgeschreven.
Antwoord: A · Van de winst afgetrokken om de operationele kasstroom te krijgen
Hogere debiteuren betekenen dat een deel van de omzet niet in geld is ontvangen, dus wordt de stijging afgetrokken.
ExamProblems · examproblems.com/courses/management-accounting