Management accounting: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Break-evenanalyse

Dekkingsbijdrage
CM = p − v
Break-evenafzet
QBE = FC/(p − v)
Doelwinst
Q = (FC + profit)/(p − v)
Winst
π = (p − v)·Q − FC
Veiligheidsmarge
(Q − QBE)/Q

2Oefenopgaven

1.Break-evenanalyseGemiddeld
Q€omzettotale kostenvaste kostenQ = ?

Een product wordt verkocht voor €35 met variabele kosten van €30 per stuk. De vaste kosten zijn €2 500 per maand en over de winst wordt 20 % belasting geheven. Hoeveel stuks Q moeten er per maand worden verkocht om €1 000 na belasting te verdienen?

p = €35v = €30F = €2 500T = 20%winst na belasting = €1 000
Q = stuks
2.Break-evenanalyseMoeilijk
Q€omzettotale kostenvaste kostenBE

Een product wordt verkocht voor €25 per stuk, met variabele kosten van €15 per stuk en vaste kosten van €50 000 per jaar. De begrote afzet is 9 000 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.

F = €50 000p = €25v = €15begroting = 9 000
MS = %
3.Financial accountingGemiddeld

Volgens het toerekeningsbeginsel (accrual basis) wordt opbrengst verantwoord wanneer:

  1. AHet geld wordt ontvangen
  2. BZe is verdiend, ongeacht of het geld al is ontvangen
  3. CDe klant de factuur betaalt, ook als de goederen eerder zijn geleverd
  4. DDe belastingaangifte wordt ingediend
4.Financial accountingMoeilijk

Wanneer levert activity-based costing (ABC) de grootste verbetering op ten opzichte van traditionele absorption costing?

  1. AAls de indirecte kosten groot zijn en worden gedreven door activiteiten zoals omstellingen in plaats van door volume
  2. BAls alle kosten variabel zijn met de arbeidsuren
  3. CAls de indirecte kosten erg klein zijn in vergelijking met de directe kosten
  4. DAls een bedrijf maar één standaardproduct maakt

3Oplossingen

1.Break-evenanalyse

Antwoord: Q = 750 stuks

Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).

Benodigde winst vóór belasting

1 000/(1 − 0,2) = €1 250

Benodigde eenheden

Q = (2 500 + 1 250)/5 = 750

Antwoord

Q = 750 stuks
2.Break-evenanalyse

Antwoord: MS = 44,44 %

Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).

Break-evenafzet

Q = F/(p − v) = 50 000/10 = 5 000

Veiligheidsmarge

MS = (9 000 − 5 000)/9 000·100 = 44,44%

Antwoord

MS = 44,44%
3.Financial accounting

Antwoord: B · Ze is verdiend, ongeacht of het geld al is ontvangen

Waarom dit het antwoord is

Bij het toerekeningsbeginsel worden opbrengsten verantwoord als de prestatieverplichting is vervuld en kosten als ze zijn gemaakt, niet wanneer het geld beweegt.

Antwoord

B · Ze is verdiend, ongeacht of het geld al is ontvangen
4.Financial accounting

Antwoord: A · Als de indirecte kosten groot zijn en worden gedreven door activiteiten zoals omstellingen in plaats van door volume

Waarom dit het antwoord is

ABC rekent indirecte kosten toe met kostendrijvers per activiteit. Als producten activiteiten heel verschillend gebruiken, vertekent één volumegebonden opslag de productkosten.

Antwoord

A · Als de indirecte kosten groot zijn en worden gedreven door activiteiten zoals omstellingen in plaats van door volume

ExamProblems · examproblems.com/courses/management-accounting