Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €20,00 naar €16,00, verandert de weekafzet van 500 naar 560. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 250 − 5P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €35.
Er wordt een accijns per eenheid geheven op een goed met een zeer inelastische vraag en een elastisch aanbod. Wie draagt het grootste deel van de belastingdruk?
Volgens de "70-regel" verdubbelt een economie die met 7% per jaar groeit haar reële bbp in ongeveer:
Antwoord: E = −0,5094
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: E = −2,333
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| > 1: de vraag is elastisch.
Antwoord: C · Consumenten
De belastingdruk valt vooral op de kant van de markt die het minst elastisch is; hier kunnen kopers niet minderen, dus de prijs die ze betalen stijgt met het grootste deel van de belasting.
Antwoord: A · 10 jaar
De verdubbelingstijd is ongeveer 70 gedeeld door het groeipercentage, dus 70 / 7 = 10 jaar, wat de kracht van samengestelde groei laat zien.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics