Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €15,00 naar €9,00, verandert de weekafzet van 200 naar 250. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −2,5, dus Q = A·P^−2,5. Bij een prijs van €12 worden 5 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €15,00?
Een maximumprijs onder de evenwichtsprijs veroorzaakt meestal:
Waarom is de multiplier van overheidsuitgaven in de praktijk meestal kleiner dan de eenvoudige 1/(1 − MPC)?
Antwoord: E = −0,4444
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: Q = 2862 stuks
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: B · Een tekort
Een bindende maximumprijs verhoogt de gevraagde en verlaagt de aangeboden hoeveelheid, zodat er een vraagoverschot ontstaat, zoals bij huurprijsregulering.
Antwoord: D · Belastingen, import en verdringing (crowding out) laten een deel van elke bestedingsronde weglekken
Inkomstenbelasting, uitgaven aan import, hogere rente (verdringing) en sparen verkleinen de extra bestedingen in elke ronde, zodat de multiplier kleiner wordt.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics