Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €25,00 naar €27,00, verandert de weekafzet van 200 naar 170. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De (inverse) vraag naar een product is P = 30 − 0,1Q, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E als er 210 stuks worden verkocht.
Een collectief goed is:
In het groeimodel van Solow komt blijvende langetermijngroei van de productie per werknemer voort uit:
Antwoord: E = −2,108
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: E = −0,4286
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| < 1: de vraag is inelastisch.
Antwoord: A · Niet-rivaliserend en niet-uitsluitbaar
Collectieve goederen kunnen door velen tegelijk worden gebruikt en niemand is makkelijk uit te sluiten; dat leidt tot freeriders en een te laag aanbod door de markt.
Antwoord: D · Technologische vooruitgang
Een hogere spaarquote verhoogt het steady-state-niveau van de productie per werknemer, maar niet de groeivoet op lange termijn; alleen technologische vooruitgang zorgt voor voortdurende groei.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics