Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €5,00 naar €4,00, verandert de weekafzet van 400 naar 430. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 1500 − 25P, met P in euro. Bij welke prijs P is de totale omzet het grootst?
Werkloosheidsuitkeringen en een progressieve inkomstenbelasting heten automatische stabilisatoren omdat ze:
De wet van Okun beschrijft:
Antwoord: E = −0,3253
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: P = 30 €
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Bij deze prijs is E = −1: de vraag is eenheidselastisch.
Antwoord: C · Schommelingen in de vraag verminderen zonder nieuwe overheidsbesluiten
In een neergang dalen de belastinginkomsten en stijgen de uitkeringen automatisch, wat inkomens en bestedingen ondersteunt; in een hoogconjunctuur gebeurt het omgekeerde.
Antwoord: B · Een negatief verband tussen productiegroei en veranderingen in de werkloosheid
Okun stelde vast dat de werkloosheid daalt als het reële bbp sneller groeit dan zijn trendmatige groei, en stijgt als de groei onder de trend ligt.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics