Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €20,00 naar €18,00, verandert de weekafzet van 100 naar 120. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 5000 − 50P, met P in euro. Bij welke prijs P is de totale omzet het grootst?
Comparatief voordeel betekent dat een land zich moet specialiseren in goederen die het kan maken:
Een monopolist maximaliseert zijn winst waar:
Antwoord: E = −1,727
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: P = 50 €
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Bij deze prijs is E = −1: de vraag is eenheidselastisch.
Antwoord: C · Tegen lagere alternatieve kosten dan andere landen
Zelfs een land dat in alles minder efficiënt is, wint bij handel als het zich specialiseert waar zijn alternatieve kosten het laagst zijn.
Antwoord: B · De marginale opbrengst gelijk is aan de marginale kosten
De winst is maximaal bij MO = MK. Voor een monopolist ligt de prijs boven de MO, dus P > MK, wat een welvaartsverlies oplevert.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics