Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €10,00 naar €16,00, verandert de weekafzet van 400 naar 110. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 600 − 10P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €48.
Als de vraag naar een product prijsinelastisch is, zal een prijsverhoging:
Prijsdiscriminatie door een bedrijf vereist dat het:
Antwoord: E = −2,464
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: E = −4
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| > 1: de vraag is elastisch.
Antwoord: C · De totale omzet verhogen
Bij inelastische vraag is de procentuele daling van de hoeveelheid kleiner dan de procentuele prijsstijging, zodat prijs × hoeveelheid stijgt.
Antwoord: B · Marktmacht heeft, markten kan scheiden en doorverkoop kan voorkomen
Om voor hetzelfde goed verschillende prijzen te vragen, heeft een bedrijf marktmacht nodig, moet het groepen met verschillende elasticiteit kunnen onderscheiden en arbitrage voorkomen.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics