Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €8,00 naar €5,50, verandert de weekafzet van 1000 naar 1630. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 500 − 5P, met P in euro. Bij welke prijs P is de totale omzet het grootst?
Als een centrale bank via openmarkttransacties staatsobligaties van banken koopt, zal ze meestal:
Waarom is de multiplier van overheidsuitgaven in de praktijk meestal kleiner dan de eenvoudige 1/(1 − MPC)?
Antwoord: E = −1,294
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: P = 50 €
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Bij deze prijs is E = −1: de vraag is eenheidselastisch.
Antwoord: A · De bankreserves en de geldhoeveelheid vergroten
Het kopen van obligaties brengt reserves in het bankstelsel, wat de geldhoeveelheid meestal vergroot en de rente verlaagt.
Antwoord: C · Belastingen, import en verdringing (crowding out) laten een deel van elke bestedingsronde weglekken
Inkomstenbelasting, uitgaven aan import, hogere rente (verdringing) en sparen verkleinen de extra bestedingen in elke ronde, zodat de multiplier kleiner wordt.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics