Een oefenbloedgas toont pH 7,10, PaCO₂ 37 mmHg (4,9 kPa) en HCO₃⁻ 11 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
- 1respiratoire acidose
- 2metabole acidose
- 3respiratoire alkalose
- 4metabole alkalose
Een oefenbloedgas toont pH 7,10, PaCO₂ 37 mmHg (4,9 kPa) en HCO₃⁻ 11 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
Een oefenbloedgas toont pH 7,25, PaCO₂ 38 mmHg (5,1 kPa) en HCO₃⁻ 16 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
Oefenwaarden: Na⁺ 133 mmol/L, glucose 17,8 mmol/L en ureum 23,8 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Een oefengas toont PaCO₂ 21 mmHg (2,8 kPa). Gebruik de regel dat bij chronische respiratoire alkalose daalt HCO₃⁻ met 5 mmol/L voor elke 10 mmHg die PaCO₂ onder 40 ligt, uitgaand van een HCO₃⁻ van 24 mmol/L, om de verwachte HCO₃⁻ te vinden.
Oefenwaarden: Na⁺ 134, Cl⁻ 111, HCO₃⁻ 13 mmol/L en albumine 30 g/L. Bepaal de voor albumine gecorrigeerde anion gap AGc = AG + 0,25·(40 − albumine).
Een oefengas toont een metabole acidose: pH 7,19, PaCO₂ 49 mmHg (6,5 kPa), HCO₃⁻ 18 mmol/L. Vergelijk de gemeten PaCO₂ met de formule van Winter. Klik op je interpretatie.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.