Een oefenbloedgas toont pH 7,53, PaCO₂ 50 mmHg (6,7 kPa) en HCO₃⁻ 40 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
- 1respiratoire acidose
- 2metabole acidose
- 3respiratoire alkalose
- 4metabole alkalose
Een oefenbloedgas toont pH 7,53, PaCO₂ 50 mmHg (6,7 kPa) en HCO₃⁻ 40 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
Oefenwaarden: Na⁺ 139, K⁺ 4,4, Cl⁻ 107 en HCO₃⁻ 17 mmol/L. Bereken de anion gap AG = Na⁺ − (Cl⁻ + HCO₃⁻), zonder kalium.
Oefenwaarden: Na⁺ 152 mmol/L, glucose 16,6 mmol/L en ureum 21,6 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Oefenwaarden: Na⁺ 141 mmol/L, glucose 13 mmol/L en ureum 7,3 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Een oefengas toont een metabole acidose: pH 7,20, PaCO₂ 16 mmHg (2,1 kPa), HCO₃⁻ 6 mmol/L. Vergelijk de gemeten PaCO₂ met de formule van Winter. Klik op je interpretatie.
Een oefengas toont een metabole acidose: pH 7,13, PaCO₂ 40 mmHg (5,3 kPa), HCO₃⁻ 13 mmol/L. Vergelijk de gemeten PaCO₂ met de formule van Winter. Klik op je interpretatie.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.