Oefenwaarden: Na⁺ 145, K⁺ 4,5, Cl⁻ 95 en HCO₃⁻ 25 mmol/L. Bereken de anion gap AG = Na⁺ − (Cl⁻ + HCO₃⁻), zonder kalium.
Werkblad Interpretatie van arteriële bloedgassen met antwoorden
Oefenwaarden: Na⁺ 141, K⁺ 5,0, Cl⁻ 102 en HCO₃⁻ 15 mmol/L. Bereken de anion gap AG = Na⁺ − (Cl⁻ + HCO₃⁻), zonder kalium.
Een oefenbloedgas toont pH 7,51, PaCO₂ 22 mmHg (2,9 kPa) en HCO₃⁻ 17 mmol/L. De primaire stoornis is respiratoire alkalose. In hoeverre is deze gecompenseerd? Klik op je antwoord.
- 1ongecompenseerd
- 2gedeeltelijk gecompenseerd
- 3volledig gecompenseerd
Een oefengas toont PaCO₂ 70 mmHg (9,3 kPa). Gebruik de regel dat bij chronische respiratoire acidose stijgt HCO₃⁻ met 3,5 mmol/L voor elke 10 mmHg die PaCO₂ boven 40 ligt, uitgaand van een HCO₃⁻ van 24 mmol/L, om de verwachte HCO₃⁻ te vinden.
Een oefengas toont een metabole acidose: pH 7,18, PaCO₂ 44 mmHg (5,9 kPa), HCO₃⁻ 16 mmol/L. Vergelijk de gemeten PaCO₂ met de formule van Winter. Klik op je interpretatie.
- 1passende compensatie
- 2extra respiratoire acidose
- 3extra respiratoire alkalose
Oefenwaarden: Na⁺ 142, Cl⁻ 111, HCO₃⁻ 16 mmol/L en albumine 30 g/L. Bepaal de voor albumine gecorrigeerde anion gap AGc = AG + 0,25·(40 − albumine).
Antwoordenblad
- 1. AG = 25 mmol/L
- 2. AG = 24 mmol/L
- 3. gedeeltelijk gecompenseerd
- 4. HCO₃⁻ = 34,5 mmol/L
- 5. extra respiratoire acidose
- 6. AGc = 17,5 mmol/L
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.