Oefenwaarden: Na⁺ 131, K⁺ 4,4, Cl⁻ 107 en HCO₃⁻ 12 mmol/L. Bereken de anion gap AG = Na⁺ − (Cl⁻ + HCO₃⁻), zonder kalium.
Werkblad Interpretatie van arteriële bloedgassen met antwoorden
Oefenwaarden: Na⁺ 135, K⁺ 5,0, Cl⁻ 98 en HCO₃⁻ 22 mmol/L. Bereken de anion gap AG = Na⁺ − (Cl⁻ + HCO₃⁻), zonder kalium.
Een oefengas toont een metabole acidose met HCO₃⁻ 8 mmol/L. Gebruik de formule van Winter om de verwachte PaCO₂ (het midden van het gebied) in mmHg te vinden.
Oefenwaarden: Na⁺ 136 mmol/L, glucose 7,1 mmol/L en ureum 21,9 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Op zeeniveau toont een oefengas, genomen bij 50% zuurstof, PaO₂ 89 mmHg (11,9 kPa) en PaCO₂ 30 mmHg (4,0 kPa). Gebruik PAO₂ = FiO₂·(760 − 47) − PaCO₂/0,8 om de A–a-gradiënt te vinden.
Oefenwaarden: Na⁺ 142, Cl⁻ 114, HCO₃⁻ 15 mmol/L en albumine 26 g/L. Bepaal de voor albumine gecorrigeerde anion gap AGc = AG + 0,25·(40 − albumine).
Antwoordenblad
- 1. AG = 12 mmol/L
- 2. AG = 15 mmol/L
- 3. PaCO₂ = 20 mmHg
- 4. Osm = 301 mOsm/kg
- 5. A–a-gradiënt = 230 mmHg
- 6. AGc = 16,5 mmol/L
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.