Een oefenbloedgas toont PaO₂ 87 mmHg (11,6 kPa) terwijl de ingeademde zuurstof 35% is. Bereken de ratio P/F = PaO₂/FiO₂ in mmHg.
Werkblad Interpretatie van arteriële bloedgassen met antwoorden
Een oefenbloedgas toont PaO₂ 65 mmHg (8,7 kPa) terwijl de ingeademde zuurstof 30% is. Bereken de ratio P/F = PaO₂/FiO₂ in mmHg.
Een oefengas toont een metabole acidose met HCO₃⁻ 18 mmol/L. Gebruik de formule van Winter om de verwachte PaCO₂ (het midden van het gebied) in mmHg te vinden.
Oefenwaarden: Na⁺ 131 mmol/L, glucose 14,4 mmol/L en ureum 14,1 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Een oefengas toont een respiratoire acidose: pH 7,29, PaCO₂ 83 mmHg (11,1 kPa), HCO₃⁻ 39 mmol/L. Gebruik de regels ‘HCO₃⁻ stijgt 1 mmol/L per 10 mmHg (acuut) of 3,5 mmol/L per 10 mmHg (chronisch)’ om het in te delen. Klik op je antwoord.
- 1acute
- 2chronische
- 3acuut op chronisch
Een oefengas toont een metabole acidose: pH 7,17, PaCO₂ 37 mmHg (4,9 kPa), HCO₃⁻ 13 mmol/L. Vergelijk de gemeten PaCO₂ met de formule van Winter. Klik op je interpretatie.
- 1passende compensatie
- 2extra respiratoire acidose
- 3extra respiratoire alkalose
Antwoordenblad
- 1. P/F = 248,6 mmHg
- 2. P/F = 216,7 mmHg
- 3. PaCO₂ = 35 mmHg
- 4. Osm = 291 mOsm/kg
- 5. chronische
- 6. extra respiratoire acidose
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.