Een oefenbloedgas toont pH 7,22, PaCO₂ 60 mmHg (8,0 kPa) en HCO₃⁻ 24 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
- 1respiratoire acidose
- 2metabole acidose
- 3respiratoire alkalose
- 4metabole alkalose
Een oefenbloedgas toont pH 7,22, PaCO₂ 60 mmHg (8,0 kPa) en HCO₃⁻ 24 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
Een oefenbloedgas toont pH 7,60, PaCO₂ 40 mmHg (5,3 kPa) en HCO₃⁻ 38 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
Oefenwaarden: Na⁺ 139 mmol/L, glucose 9 mmol/L en ureum 10,2 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Een oefengas toont PaCO₂ 25 mmHg (3,3 kPa). Gebruik de regel dat bij acute respiratoire alkalose daalt HCO₃⁻ met 2 mmol/L voor elke 10 mmHg die PaCO₂ onder 40 ligt, uitgaand van een HCO₃⁻ van 24 mmol/L, om de verwachte HCO₃⁻ te vinden.
Oefenwaarden: Na⁺ 134, Cl⁻ 102, HCO₃⁻ 17 mmol/L en albumine 32 g/L. Bepaal de voor albumine gecorrigeerde anion gap AGc = AG + 0,25·(40 − albumine).
Een oefengas toont een respiratoire acidose: pH 7,29, PaCO₂ 65 mmHg (8,7 kPa), HCO₃⁻ 30 mmol/L. Gebruik de regels ‘HCO₃⁻ stijgt 1 mmol/L per 10 mmHg (acuut) of 3,5 mmol/L per 10 mmHg (chronisch)’ om het in te delen. Klik op je antwoord.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.