Een oefenbloedgas toont pH 7,19, PaCO₂ 19 mmHg (2,5 kPa) en HCO₃⁻ 7 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
- 1respiratoire acidose
- 2metabole acidose
- 3respiratoire alkalose
- 4metabole alkalose
Een oefenbloedgas toont pH 7,19, PaCO₂ 19 mmHg (2,5 kPa) en HCO₃⁻ 7 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
Een oefenbloedgas toont PaO₂ 61 mmHg (8,1 kPa) terwijl de ingeademde zuurstof 60% is. Bereken de ratio P/F = PaO₂/FiO₂ in mmHg.
Een oefenbloedgas toont pH 7,36, PaCO₂ 69 mmHg (9,2 kPa) en HCO₃⁻ 38 mmol/L. De primaire stoornis is respiratoire acidose. In hoeverre is deze gecompenseerd? Klik op je antwoord.
Oefenwaarden: Na⁺ 152 mmol/L, glucose 14,8 mmol/L en ureum 24,8 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Oefenwaarden: Na⁺ 138, Cl⁻ 97, HCO₃⁻ 21 mmol/L en albumine 22 g/L. Bepaal de voor albumine gecorrigeerde anion gap AGc = AG + 0,25·(40 − albumine).
Een oefengas toont een respiratoire acidose: pH 7,27, PaCO₂ 70 mmHg (9,3 kPa), HCO₃⁻ 31 mmol/L. Gebruik de regels ‘HCO₃⁻ stijgt 1 mmol/L per 10 mmHg (acuut) of 3,5 mmol/L per 10 mmHg (chronisch)’ om het in te delen. Klik op je antwoord.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.