Een oefenbloedgas toont PaO₂ 100 mmHg (13,3 kPa) terwijl de ingeademde zuurstof 24% is. Bereken de ratio P/F = PaO₂/FiO₂ in mmHg.
Werkblad Interpretatie van arteriële bloedgassen met antwoorden
Een oefenbloedgas toont PaO₂ 101 mmHg (13,5 kPa) terwijl de ingeademde zuurstof 60% is. Bereken de ratio P/F = PaO₂/FiO₂ in mmHg.
Een oefengas toont PaCO₂ 63 mmHg (8,4 kPa). Gebruik de regel dat bij chronische respiratoire acidose stijgt HCO₃⁻ met 3,5 mmol/L voor elke 10 mmHg die PaCO₂ boven 40 ligt, uitgaand van een HCO₃⁻ van 24 mmol/L, om de verwachte HCO₃⁻ te vinden.
Oefenwaarden: Na⁺ 131 mmol/L, glucose 32,7 mmol/L en ureum 25 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Een oefengas toont een metabole acidose: pH 7,29, PaCO₂ 30 mmHg (4,0 kPa), HCO₃⁻ 14 mmol/L. Vergelijk de gemeten PaCO₂ met de formule van Winter. Klik op je interpretatie.
- 1passende compensatie
- 2extra respiratoire acidose
- 3extra respiratoire alkalose
Een oefengas toont pH 7,32, PaCO₂ 32 mmHg (4,3 kPa) en HCO₃⁻ 16 mmol/L, met Na⁺ 133 en Cl⁻ 92 mmol/L. Gebruik de anion gap en de deltaratio om de beste interpretatie aan te klikken.
- 1extra acidose met normale gap
- 2zuivere acidose met hoge gap
- 3extra metabole alkalose
Antwoordenblad
- 1. P/F = 416,7 mmHg
- 2. P/F = 168,3 mmHg
- 3. HCO₃⁻ = 32,05 mmol/L
- 4. Osm = 320 mOsm/kg
- 5. passende compensatie
- 6. zuivere acidose met hoge gap
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.