Een oefenbloedgas toont PaO₂ 58 mmHg (7,7 kPa) terwijl de ingeademde zuurstof 30% is. Bereken de ratio P/F = PaO₂/FiO₂ in mmHg.
Werkblad Interpretatie van arteriële bloedgassen met antwoorden
Een oefenbloedgas toont pH 7,24, PaCO₂ 58 mmHg (7,7 kPa) en HCO₃⁻ 24 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
- 1respiratoire acidose
- 2metabole acidose
- 3respiratoire alkalose
- 4metabole alkalose
Een oefengas toont PaCO₂ 51 mmHg (6,8 kPa). Gebruik de regel dat bij acute respiratoire acidose stijgt HCO₃⁻ met 1 mmol/L voor elke 10 mmHg die PaCO₂ boven 40 ligt, uitgaand van een HCO₃⁻ van 24 mmol/L, om de verwachte HCO₃⁻ te vinden.
Oefenwaarden: Na⁺ 133 mmol/L, glucose 5,3 mmol/L en ureum 14,3 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Een oefengas toont een respiratoire acidose: pH 7,34, PaCO₂ 62 mmHg (8,3 kPa), HCO₃⁻ 32 mmol/L. Gebruik de regels ‘HCO₃⁻ stijgt 1 mmol/L per 10 mmHg (acuut) of 3,5 mmol/L per 10 mmHg (chronisch)’ om het in te delen. Klik op je antwoord.
- 1acute
- 2chronische
- 3acuut op chronisch
Een oefengas toont een metabole acidose: pH 7,17, PaCO₂ 45 mmHg (6,0 kPa), HCO₃⁻ 16 mmol/L. Vergelijk de gemeten PaCO₂ met de formule van Winter. Klik op je interpretatie.
- 1passende compensatie
- 2extra respiratoire acidose
- 3extra respiratoire alkalose
Antwoordenblad
- 1. P/F = 193,3 mmHg
- 2. respiratoire acidose
- 3. HCO₃⁻ = 25,1 mmol/L
- 4. Osm = 286 mOsm/kg
- 5. chronische
- 6. extra respiratoire acidose
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.