Een oefenbloedgas toont pH 7,29, PaCO₂ 30 mmHg (4,0 kPa) en HCO₃⁻ 14 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
- 1respiratoire acidose
- 2metabole acidose
- 3respiratoire alkalose
- 4metabole alkalose
Een oefenbloedgas toont pH 7,29, PaCO₂ 30 mmHg (4,0 kPa) en HCO₃⁻ 14 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
Een oefenbloedgas toont pH 7,29, PaCO₂ 26 mmHg (3,5 kPa) en HCO₃⁻ 12 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
Oefenwaarden: Na⁺ 145 mmol/L, glucose 18,9 mmol/L en ureum 18,7 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Oefenwaarden: Na⁺ 128 mmol/L, glucose 10,5 mmol/L en ureum 10,8 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Op zeeniveau toont een oefengas, genomen bij 28% zuurstof, PaO₂ 79 mmHg (10,5 kPa) en PaCO₂ 36 mmHg (4,8 kPa). Gebruik PAO₂ = FiO₂·(760 − 47) − PaCO₂/0,8 om de A–a-gradiënt te vinden.
Op zeeniveau toont een oefengas, genomen bij 50% zuurstof, PaO₂ 84 mmHg (11,2 kPa) en PaCO₂ 50 mmHg (6,7 kPa). Gebruik PAO₂ = FiO₂·(760 − 47) − PaCO₂/0,8 om de A–a-gradiënt te vinden.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.