Een oefenbloedgas toont pH 7,51, PaCO₂ 31 mmHg (4,1 kPa) en HCO₃⁻ 24 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
- 1respiratoire acidose
- 2metabole acidose
- 3respiratoire alkalose
- 4metabole alkalose
Een oefenbloedgas toont pH 7,51, PaCO₂ 31 mmHg (4,1 kPa) en HCO₃⁻ 24 mmol/L. Welke primaire stoornis is het? Klik op de cel in het raster.
Een oefenbloedgas toont PaO₂ 62 mmHg (8,3 kPa) terwijl de ingeademde zuurstof 100% is. Bereken de ratio P/F = PaO₂/FiO₂ in mmHg.
Oefenwaarden: Na⁺ 143 mmol/L, glucose 8,7 mmol/L en ureum 9,1 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Een oefenbloedgas toont pH 7,38, PaCO₂ 26 mmHg (3,5 kPa) en HCO₃⁻ 15 mmol/L. De primaire stoornis is metabole acidose. In hoeverre is deze gecompenseerd? Klik op je antwoord.
Een oefengas toont een respiratoire acidose: pH 7,18, PaCO₂ 77 mmHg (10,3 kPa), HCO₃⁻ 28 mmol/L. Gebruik de regels ‘HCO₃⁻ stijgt 1 mmol/L per 10 mmHg (acuut) of 3,5 mmol/L per 10 mmHg (chronisch)’ om het in te delen. Klik op je antwoord.
Een oefengas toont een metabole acidose: pH 7,33, PaCO₂ 35 mmHg (4,7 kPa), HCO₃⁻ 18 mmol/L. Vergelijk de gemeten PaCO₂ met de formule van Winter. Klik op je interpretatie.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.