Aan 300 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) wordt 69 kJ warmte toegevoerd. Bereken de temperatuurstijging ΔT.
Werkblad Calorimetrie en enthalpie met antwoorden
Hoeveel warmte q is nodig om 200 g water te verwarmen van 21 °C tot 55 °C? De soortelijke warmte van water is 4,18 J/(g·°C). Geef het antwoord in kJ.
Een blok koper van 50 g (c = 0,385 J/(g·°C)) met een temperatuur van 200 °C wordt in een geïsoleerde beker met 100 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 20 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Een blok koper van 150 g (c = 0,385 J/(g·°C)) met een temperatuur van 160 °C wordt in een geïsoleerde beker met 100 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 18 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 20 g CH4 (M = 16,04 g/mol) volledig verbrandt: CH4 + 2O₂ → CO₂ + 2H₂O(l). Geef q als positief getal.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om ΔH° te berekenen voor de reactie 2C2H6 + 7O₂ → 4CO₂ + 6H₂O(l).
Antwoordenblad
- 1. ΔT = 55,02 °C
- 2. q = 28,42 kJ
- 3. Tf = 27,92 °C
- 4. Tf = 35,24 °C
- 5. q = 1110 kJ
- 6. ΔH° = −3119 kJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.