Hoeveel warmte q is nodig om 100 g water te verwarmen van 25 °C tot 40 °C? De soortelijke warmte van water is 4,18 J/(g·°C). Geef het antwoord in kJ.
Werkblad Calorimetrie en enthalpie met antwoorden
Aan 500 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) wordt 46 kJ warmte toegevoerd. Bereken de temperatuurstijging ΔT.
Een blok zink van 250 g (c = 0,388 J/(g·°C)) met een temperatuur van 130 °C wordt in een geïsoleerde beker met 150 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 23 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Een blok ijzer van 100 g (c = 0,449 J/(g·°C)) met een temperatuur van 110 °C wordt in een geïsoleerde beker met 400 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 22 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om ΔH° te berekenen voor de reactie CH4 + 2O₂ → CO₂ + 2H₂O(l).
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om ΔH° te berekenen voor de reactie C2H5OH + 3O₂ → 2CO₂ + 3H₂O(l).
Antwoordenblad
- 1. q = 6,27 kJ
- 2. ΔT = 22,01 °C
- 3. Tf = 37,34 °C
- 4. Tf = 24,3 °C
- 5. ΔH° = −890,3 kJ
- 6. ΔH° = −1367 kJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.