Aan 200 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) wordt 42 kJ warmte toegevoerd. Bereken de temperatuurstijging ΔT.
Werkblad Calorimetrie en enthalpie met antwoorden
Hoeveel warmte q is nodig om 500 g water te verwarmen van 28 °C tot 65 °C? De soortelijke warmte van water is 4,18 J/(g·°C). Geef het antwoord in kJ.
Een blok zink van 200 g (c = 0,388 J/(g·°C)) met een temperatuur van 130 °C wordt in een geïsoleerde beker met 200 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 25 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Een blok aluminium van 200 g (c = 0,897 J/(g·°C)) met een temperatuur van 100 °C wordt in een geïsoleerde beker met 150 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 18 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om ΔH° te berekenen voor de reactie C6H12O6 + 6O₂ → 6CO₂ + 6H₂O(l).
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 25 g C6H12O6 (M = 180,16 g/mol) volledig verbrandt: C6H12O6 + 6O₂ → 6CO₂ + 6H₂O(l). Geef q als positief getal.
Antwoordenblad
- 1. ΔT = 50,24 °C
- 2. q = 77,33 kJ
- 3. Tf = 33,92 °C
- 4. Tf = 36,24 °C
- 5. ΔH° = −2802 kJ
- 6. q = 388,8 kJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.