Aan 1000 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) wordt 66 kJ warmte toegevoerd. Bereken de temperatuurstijging ΔT.
Werkblad Calorimetrie en enthalpie met antwoorden
Hoeveel warmte q is nodig om 100 g water te verwarmen van 21 °C tot 65 °C? De soortelijke warmte van water is 4,18 J/(g·°C). Geef het antwoord in kJ.
Een blok koper van 50 g (c = 0,385 J/(g·°C)) met een temperatuur van 180 °C wordt in een geïsoleerde beker met 200 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 16 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Een blok ijzer van 75 g (c = 0,449 J/(g·°C)) met een temperatuur van 100 °C wordt in een geïsoleerde beker met 400 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 24 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 50 g C3H8 (M = 44,1 g/mol) volledig verbrandt: C3H8 + 5O₂ → 3CO₂ + 4H₂O(l). Geef q als positief getal.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 250 g CH3OH (M = 32,04 g/mol) volledig verbrandt: 2CH3OH + 3O₂ → 2CO₂ + 4H₂O(l). Geef q als positief getal.
Antwoordenblad
- 1. ΔT = 15,79 °C
- 2. q = 18,39 kJ
- 3. Tf = 19,69 °C
- 4. Tf = 25,5 °C
- 5. q = 2517 kJ
- 6. q = 5668 kJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.