Aan 100 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) wordt 55 kJ warmte toegevoerd. Bereken de temperatuurstijging ΔT.
Werkblad Calorimetrie en enthalpie met antwoorden
Hoeveel warmte q is nodig om 1000 g water te verwarmen van 10 °C tot 40 °C? De soortelijke warmte van water is 4,18 J/(g·°C). Geef het antwoord in kJ.
Een blok ijzer van 150 g (c = 0,449 J/(g·°C)) met een temperatuur van 90 °C wordt in een geïsoleerde beker met 250 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 25 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Een blok ijzer van 75 g (c = 0,449 J/(g·°C)) met een temperatuur van 80 °C wordt in een geïsoleerde beker met 400 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 21 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om ΔH° te berekenen voor de reactie C2H5OH + 3O₂ → 2CO₂ + 3H₂O(l).
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 10 g CH4 (M = 16,04 g/mol) volledig verbrandt: CH4 + 2O₂ → CO₂ + 2H₂O(l). Geef q als positief getal.
Antwoordenblad
- 1. ΔT = 131,6 °C
- 2. q = 125,4 kJ
- 3. Tf = 28,94 °C
- 4. Tf = 22,16 °C
- 5. ΔH° = −1367 kJ
- 6. q = 555 kJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.