Aan 300 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) wordt 61 kJ warmte toegevoerd. Bereken de temperatuurstijging ΔT.
Werkblad Calorimetrie en enthalpie met antwoorden
Hoeveel warmte q is nodig om 150 g water te verwarmen van 12 °C tot 65 °C? De soortelijke warmte van water is 4,18 J/(g·°C). Geef het antwoord in kJ.
Een blok zink van 150 g (c = 0,388 J/(g·°C)) met een temperatuur van 170 °C wordt in een geïsoleerde beker met 300 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 18 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Een blok koper van 250 g (c = 0,385 J/(g·°C)) met een temperatuur van 170 °C wordt in een geïsoleerde beker met 400 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 21 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om ΔH° te berekenen voor de reactie CH4 + 2O₂ → CO₂ + 2H₂O(l).
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 20 g CH3OH (M = 32,04 g/mol) volledig verbrandt: 2CH3OH + 3O₂ → 2CO₂ + 4H₂O(l). Geef q als positief getal.
Antwoordenblad
- 1. ΔT = 48,64 °C
- 2. q = 33,23 kJ
- 3. Tf = 24,74 °C
- 4. Tf = 29,11 °C
- 5. ΔH° = −890,3 kJ
- 6. q = 453,4 kJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.