Aan 150 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) wordt 48 kJ warmte toegevoerd. Bereken de temperatuurstijging ΔT.
Werkblad Calorimetrie en enthalpie met antwoorden
Hoeveel warmte q is nodig om 1000 g water te verwarmen van 21 °C tot 75 °C? De soortelijke warmte van water is 4,18 J/(g·°C). Geef het antwoord in kJ.
Een blok ijzer van 100 g (c = 0,449 J/(g·°C)) met een temperatuur van 90 °C wordt in een geïsoleerde beker met 250 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 17 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Een blok ijzer van 150 g (c = 0,449 J/(g·°C)) met een temperatuur van 190 °C wordt in een geïsoleerde beker met 300 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 18 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 50 g C4H10 (M = 58,12 g/mol) volledig verbrandt: 2C4H10 + 13O₂ → 8CO₂ + 10H₂O(l). Geef q als positief getal.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 250 g CH3OH (M = 32,04 g/mol) volledig verbrandt: 2CH3OH + 3O₂ → 2CO₂ + 4H₂O(l). Geef q als positief getal.
Antwoordenblad
- 1. ΔT = 76,56 °C
- 2. q = 225,7 kJ
- 3. Tf = 20,01 °C
- 4. Tf = 26,77 °C
- 5. q = 2475 kJ
- 6. q = 5668 kJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.