1.Makkelijk
Welke uitspraak hoort bij de celtheorie?
- AAlle cellen komen voort uit bestaande cellen
- BAlle cellen kunnen fotosynthese uitvoeren
- CAlle cellen zijn even groot
- DAlle cellen hebben een kern
2.Makkelijk
In welke fase van de celcyclus wordt het DNA gerepliceerd?
- AG1-fase
- BS-fase
- CG2-fase
- DM-fase
3.Makkelijk
Wat is de uiteindelijke elektronenacceptor bij aerobe dissimilatie?
- AKoolstofdioxide
- BGlucose
- CZuurstof
- DNAD⁺
4.Gemiddeld
Welke rol speelt cholesterol in de membranen van dierlijke cellen?
- AHet maakt het membraan bij elke temperatuur volledig star
- BHet vormt kanalen voor ionen
- CHet houdt de vloeibaarheid van het membraan stabiel bij verschillende temperaturen
- DHet is de belangrijkste drager van glucose
5.Gemiddeld
Het ruw endoplasmatisch reticulum heet "ruw" omdat het:
- ADNA bevat
- BAlleen calcium opslaat
- CEen celwand heeft
- DBezet is met ribosomen
6.Gemiddeld
Een codon bestaat uit:
- AEen heel gen
- BDrie aminozuren
- CEén nucleotide
- DDrie nucleotiden op het mRNA die coderen voor een aminozuur of een stopsignaal
7.Moeilijk
In het experiment van Meselson en Stahl werden bacteriën die in ¹⁵N waren gekweekt, overgebracht naar ¹⁴N. Na één replicatieronde vormde al het DNA één band met een tussenliggende dichtheid. Welk model werd hiermee uitgesloten?
- AHet semiconservatieve model
- BHet dispersieve model
- CZowel het semiconservatieve als het dispersieve model
- DHet conservatieve model
8.Moeilijk
Wat stelt de Km van een enzym voor in de Michaelis-Mentenkinetiek?
- ADe maximale snelheid van de reactie
- BDe snelheid als de substraatconcentratie bijna nul is
- CDe hoeveelheid enzym in de cel
- DDe substraatconcentratie waarbij de snelheid de helft van Vmax is
Antwoordenblad
- 1. A · Alle cellen komen voort uit bestaande cellen
- 2. B · S-fase
- 3. C · Zuurstof
- 4. C · Het houdt de vloeibaarheid van het membraan stabiel bij verschillende temperaturen
- 5. D · Bezet is met ribosomen
- 6. D · Drie nucleotiden op het mRNA die coderen voor een aminozuur of een stopsignaal
- 7. D · Het conservatieve model
- 8. D · De substraatconcentratie waarbij de snelheid de helft van Vmax is
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.