1.Makkelijk
Welke structuur helpt in dierlijke cellen de microtubuli te organiseren en bevat een paar centriolen?
- ARibosoom
- BKernlichaampje
- CVacuole
- DCentrosoom
2.Makkelijk
Welk organel maakt vooral lipiden en ontgift geneesmiddelen, vooral in levercellen?
- ALysosoom
- BRuw endoplasmatisch reticulum
- CKernlichaampje (nucleolus)
- DGlad endoplasmatisch reticulum
3.Makkelijk
Welke structuur komt voor in plantencellen maar niet in dierlijke cellen?
- ACelwand
- BCelmembraan
- CRibosomen
- DMitochondriën
4.Gemiddeld
Hoe komt glucose de meeste lichaamscellen, zoals rode bloedcellen, binnen?
- ADoor primair actief transport met direct ATP-gebruik aan het membraan
- BDoor enkelvoudige diffusie door de lipidendubbellaag
- CDoor fagocytose
- DDoor gefaciliteerde diffusie via GLUT-dragereiwitten
5.Gemiddeld
Wat drijft het ATP-synthase in mitochondriën direct aan om ATP te maken?
- AZuurstof dat de matrix in diffundeert
- BGlucose dat aan het ATP-synthase bindt
- CElektronen van NADH die rechtstreeks door het ATP-synthase stromen
- DProtonen die langs hun gradiënt terugstromen naar de matrix
6.Gemiddeld
Actief transport verschilt van gefaciliteerde diffusie omdat het:
- AStoffen met behulp van dragereiwitten sneller met hun gradiënt mee verplaatst
- BGeen eiwitten nodig heeft
- CEnergie gebruikt om stoffen tegen hun concentratiegradiënt in te verplaatsen
- DAlleen water verplaatst
7.Moeilijk
Non-disjunctie tijdens de meiose kan leiden tot:
- AEeneiige tweelingen
- BAlleen mitochondriale DNA-mutaties, die via het cytoplasma van de eicel worden doorgegeven
- CCrossing-over
- DGeslachtscellen met een afwijkend aantal chromosomen, zoals bij het syndroom van Down
8.Moeilijk
Wat stelt de Km van een enzym voor in de Michaelis-Mentenkinetiek?
- ADe substraatconcentratie waarbij de snelheid de helft van Vmax is
- BDe hoeveelheid enzym in de cel
- CDe maximale snelheid van de reactie
- DDe snelheid als de substraatconcentratie bijna nul is
Antwoordenblad
- 1. D · Centrosoom
- 2. D · Glad endoplasmatisch reticulum
- 3. A · Celwand
- 4. D · Door gefaciliteerde diffusie via GLUT-dragereiwitten
- 5. D · Protonen die langs hun gradiënt terugstromen naar de matrix
- 6. C · Energie gebruikt om stoffen tegen hun concentratiegradiënt in te verplaatsen
- 7. D · Geslachtscellen met een afwijkend aantal chromosomen, zoals bij het syndroom van Down
- 8. A · De substraatconcentratie waarbij de snelheid de helft van Vmax is
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.