1.Makkelijk
Het celmembraan bestaat vooral uit:
- ADNA
- BCellulose
- CEen dubbele laag fosfolipiden met eiwitten
- DZetmeel
2.Makkelijk
Welk deel van het cytoskelet vormt de spoelfiguur bij de mitose?
- AIntermediaire filamenten
- BCollageenvezels
- CActinefilamenten
- DMicrotubuli
3.Makkelijk
Wat is de uiteindelijke elektronenacceptor bij aerobe dissimilatie?
- ANAD⁺
- BZuurstof
- CKoolstofdioxide
- DGlucose
4.Gemiddeld
Actief transport verschilt van gefaciliteerde diffusie omdat het:
- AGeen eiwitten nodig heeft
- BStoffen met behulp van dragereiwitten sneller met hun gradiënt mee verplaatst
- CAlleen water verplaatst
- DEnergie gebruikt om stoffen tegen hun concentratiegradiënt in te verplaatsen
5.Gemiddeld
Wat is de netto ATP-opbrengst van de glycolyse per molecuul glucose?
- A36 ATP
- B1 ATP
- C2 ATP
- D4 ATP
6.Gemiddeld
Het ruw endoplasmatisch reticulum heet "ruw" omdat het:
- ADNA bevat
- BBezet is met ribosomen
- CEen celwand heeft
- DAlleen calcium opslaat
7.Moeilijk
Bacteriën die naar een veel koudere omgeving worden overgebracht, veranderen de vetzuren in hun membranen. Welke verandering houdt het membraan vloeibaar?
- AMinder membraaneiwitten
- BMeer onverzadigde vetzuren
- CLangere vetzuurstaarten
- DMeer verzadigde vetzuren
8.Moeilijk
Waarom houdt colchicine delende cellen vast in de mitose?
- AHet voorkomt dat tubuline polymeriseert, zodat de spoelfiguur niet kan ontstaan
- BHet breekt actinefilamenten af, zodat cytokinese niet kan plaatsvinden
- CHet stopt de DNA-replicatie in de S-fase
- DHet vernietigt de kernenvelop blijvend
Antwoordenblad
- 1. C · Een dubbele laag fosfolipiden met eiwitten
- 2. D · Microtubuli
- 3. B · Zuurstof
- 4. D · Energie gebruikt om stoffen tegen hun concentratiegradiënt in te verplaatsen
- 5. C · 2 ATP
- 6. B · Bezet is met ribosomen
- 7. B · Meer onverzadigde vetzuren
- 8. A · Het voorkomt dat tubuline polymeriseert, zodat de spoelfiguur niet kan ontstaan
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.