Werkblad Celbiologie met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Celbiologie: 8 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk

Welke base komt in RNA voor in plaats van thymine?

  1. AGuanine
  2. BUracil
  3. CAdenine
  4. DCytosine
2.Makkelijk

Welk deel van het cytoskelet vormt de spoelfiguur bij de mitose?

  1. AIntermediaire filamenten
  2. BCollageenvezels
  3. CMicrotubuli
  4. DActinefilamenten
3.Makkelijk

Wat levert meiose op uit één diploïde cel?

  1. AVier genetisch verschillende haploïde cellen
  2. BTwee genetisch verschillende diploïde cellen
  3. CTwee genetisch identieke diploïde cellen
  4. DVier genetisch identieke haploïde cellen
4.Gemiddeld

Transcriptie levert op:

  1. ADNA op basis van DNA
  2. BEiwit op basis van mRNA
  3. CmRNA op basis van een DNA-matrijs
  4. DDNA op basis van RNA
5.Gemiddeld

Welk label, toegevoegd in het Golgi-apparaat, stuurt enzymen naar de lysosomen?

  1. AEen KDEL-sequentie
  2. BUbiquitine
  3. CEen kernlokalisatiesignaal
  4. DMannose-6-fosfaat
6.Gemiddeld

Een puntmutatie verandert een codon voor een aminozuur in een stopcodon. Wat voor mutatie is dit?

  1. AMissensemutatie
  2. BFrameshiftmutatie (leesraamverschuiving)
  3. CStille mutatie
  4. DNonsensemutatie
7.Moeilijk

Wat stelt de Km van een enzym voor in de Michaelis-Mentenkinetiek?

  1. ADe substraatconcentratie waarbij de snelheid de helft van Vmax is
  2. BDe hoeveelheid enzym in de cel
  3. CDe maximale snelheid van de reactie
  4. DDe snelheid als de substraatconcentratie bijna nul is
8.Moeilijk

Een monster dubbelstrengs DNA bevat 30% adenine. Welk percentage is guanine?

  1. A70%
  2. B20%
  3. C30%
  4. D40%

Antwoordenblad

  1. 1. B · Uracil
  2. 2. C · Microtubuli
  3. 3. A · Vier genetisch verschillende haploïde cellen
  4. 4. C · mRNA op basis van een DNA-matrijs
  5. 5. D · Mannose-6-fosfaat
  6. 6. D · Nonsensemutatie
  7. 7. A · De substraatconcentratie waarbij de snelheid de helft van Vmax is
  8. 8. B · 20%

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.