1.Makkelijk
Het celmembraan bestaat vooral uit:
- ADNA
- BEen dubbele laag fosfolipiden met eiwitten
- CZetmeel
- DCellulose
2.Makkelijk
Wat is een mutatie?
- AEen verandering in de vorm van de cel
- BHet splitsen van een chromosoom tijdens de mitose
- CEen verandering in de basenvolgorde van het DNA
- DHet normale kopiëren van DNA
3.Makkelijk
Hoeveel chromosomen zitten er in een normale menselijke lichaamscel (somatische cel)?
- A44
- B48
- C46
- D23
4.Gemiddeld
Wat drijft het ATP-synthase in mitochondriën direct aan om ATP te maken?
- AZuurstof dat de matrix in diffundeert
- BProtonen die langs hun gradiënt terugstromen naar de matrix
- CElektronen van NADH die rechtstreeks door het ATP-synthase stromen
- DGlucose dat aan het ATP-synthase bindt
5.Gemiddeld
Apoptose is:
- ACelgroei
- BGeprogrammeerde celdood
- COngecontroleerde celdeling
- DCelversmelting
6.Gemiddeld
Hoe werken steroïdhormonen zoals cortisol vooral op hun doelcellen?
- AZe gaan door het membraan en binden aan intracellulaire receptoren die de gentranscriptie veranderen
- BZe worden door fagocytose opgenomen en verteerd
- CZe activeren adenylaatcyclase vanaf de buitenkant van de cel
- DZe binden aan een membraanreceptor en openen ionkanalen, waardoor het membraanpotentiaal van de cel verandert
7.Moeilijk
Bruin vet bevat thermogenine (UCP1), waardoor protonen terug kunnen lekken door het binnenmembraan van het mitochondrion. Wat is het effect?
- ADe elektronentransportketen werkt niet meer omdat er geen protonen meer kunnen worden gepompt
- BDe cel schakelt over op gisting
- CEr wordt meer ATP per glucose gemaakt
- DEnergie uit de protonengradiënt komt vrij als warmte in plaats van ATP te maken
8.Moeilijk
In het experiment van Meselson en Stahl werden bacteriën die in ¹⁵N waren gekweekt, overgebracht naar ¹⁴N. Na één replicatieronde vormde al het DNA één band met een tussenliggende dichtheid. Welk model werd hiermee uitgesloten?
- AHet semiconservatieve model
- BZowel het semiconservatieve als het dispersieve model
- CHet dispersieve model
- DHet conservatieve model
Antwoordenblad
- 1. B · Een dubbele laag fosfolipiden met eiwitten
- 2. C · Een verandering in de basenvolgorde van het DNA
- 3. C · 46
- 4. B · Protonen die langs hun gradiënt terugstromen naar de matrix
- 5. B · Geprogrammeerde celdood
- 6. A · Ze gaan door het membraan en binden aan intracellulaire receptoren die de gentranscriptie veranderen
- 7. D · Energie uit de protonengradiënt komt vrij als warmte in plaats van ATP te maken
- 8. D · Het conservatieve model
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.