1.Makkelijk
Welke uitspraak hoort bij de celtheorie?
- AAlle cellen kunnen fotosynthese uitvoeren
- BAlle cellen hebben een kern
- CAlle cellen zijn even groot
- DAlle cellen komen voort uit bestaande cellen
2.Makkelijk
Wat is cytokinese?
- AHet afbreken van de kernenvelop
- BHet paren van homologe chromosomen
- CDe deling van het cytoplasma over twee dochtercellen
- DHet kopiëren van het DNA vóór de deling
3.Makkelijk
Welke base komt in RNA voor in plaats van thymine?
- AUracil
- BAdenine
- CGuanine
- DCytosine
4.Gemiddeld
Welke rol speelt cholesterol in de membranen van dierlijke cellen?
- AHet houdt de vloeibaarheid van het membraan stabiel bij verschillende temperaturen
- BHet is de belangrijkste drager van glucose
- CHet vormt kanalen voor ionen
- DHet maakt het membraan bij elke temperatuur volledig star
5.Gemiddeld
Welke moleculen kunnen het makkelijkst door enkelvoudige diffusie een dubbele fosfolipidenlaag passeren?
- AEiwitten zoals albumine
- BGrote polaire moleculen zoals glucose
- CIonen zoals Na⁺ en K⁺
- DKleine apolaire moleculen zoals O₂ en CO₂
6.Gemiddeld
Waar vindt de glycolyse plaats?
- AIn de mitochondriale matrix
- BIn het binnenste mitochondriale membraan
- CIn het cytoplasma
- DIn de kern
7.Moeilijk
Tumorsuppressorgenen zoals p53 zorgen normaal gesproken dat:
- ADe celdeling versnelt, zodat beschadigde cellen snel worden vervangen
- BDe celcyclus stopt of apoptose start als het DNA beschadigd is
- CCellen onsterfelijk worden
- DGroeifactoren worden gemaakt
8.Moeilijk
Een ziekte wordt door een aangedane moeder doorgegeven aan al haar kinderen, maar nooit door een aangedane vader. Waar zit de mutatie waarschijnlijk?
- AOp een autosoom, als recessieve eigenschap
- BOp het Y-chromosoom
- COp het X-chromosoom, als dominante eigenschap
- DIn het mitochondriaal DNA
Antwoordenblad
- 1. D · Alle cellen komen voort uit bestaande cellen
- 2. C · De deling van het cytoplasma over twee dochtercellen
- 3. A · Uracil
- 4. A · Het houdt de vloeibaarheid van het membraan stabiel bij verschillende temperaturen
- 5. D · Kleine apolaire moleculen zoals O₂ en CO₂
- 6. C · In het cytoplasma
- 7. B · De celcyclus stopt of apoptose start als het DNA beschadigd is
- 8. D · In het mitochondriaal DNA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.