1.Makkelijk
Wat gebeurt er met een rode bloedcel in zuiver water?
- AHij zwelt op en kan barsten
- BHij blijft even groot
- CHij krimpt en schrompelt
- DHij deelt zich in twee cellen
2.Makkelijk
Een haploïde cel bevat:
- AGeen chromosomen
- BEén set chromosomen
- CTwee sets chromosomen
- DVier sets chromosomen
3.Makkelijk
Welke structuur helpt in dierlijke cellen de microtubuli te organiseren en bevat een paar centriolen?
- AVacuole
- BRibosoom
- CCentrosoom
- DKernlichaampje
4.Gemiddeld
Waar in de cel vindt de citroenzuurcyclus (Krebscyclus) plaats?
- AMitochondriale matrix
- BCytoplasma
- CBinnenmembraan van het mitochondrion
- DIntermembraanruimte
5.Gemiddeld
Waar bindt RNA-polymerase om de transcriptie van een gen te starten?
- AAan de promotor
- BAan het stopcodon
- CAan de terminator
- DAan het startcodon
6.Gemiddeld
Wat zijn aquaporines?
- APompen die natrium de cel uit transporteren
- BEnzymen die in membranen water splitsen in waterstof en zuurstof
- CReceptoren voor wateroplosbare hormonen
- DKanaaleiwitten waardoor water snel door membranen kan
7.Moeilijk
Bij de bewerking van eukaryoot mRNA verwijdert splicing:
- ADe poly-A-staart
- BIntrons
- CExons
- DDe 5′-cap
8.Moeilijk
Bij de meest voorkomende mutatie bij cystische fibrose (ΔF508) wordt het CFTR-eiwit wel gemaakt, maar ontbreekt het in het celmembraan. Waarom?
- AHet verkeerd gevouwen eiwit wordt in het ER vastgehouden en afgebroken
- BHet eiwit wordt de cel uit gesecreteerd in plaats van ingebouwd
- CHet mRNA kan de kern niet verlaten
- DHet gen wordt helemaal niet getranscribeerd
Antwoordenblad
- 1. A · Hij zwelt op en kan barsten
- 2. B · Eén set chromosomen
- 3. C · Centrosoom
- 4. A · Mitochondriale matrix
- 5. A · Aan de promotor
- 6. D · Kanaaleiwitten waardoor water snel door membranen kan
- 7. B · Introns
- 8. A · Het verkeerd gevouwen eiwit wordt in het ER vastgehouden en afgebroken
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.