Een auto van 1100 kg rijdt met een constante snelheid van 10 m/s door een vlakke bocht met een straal van 200 m. Bereken de centripetale versnelling ac.
Werkblad Cirkelbeweging met antwoorden
Voor het comfort van de reizigers mag de centripetale versnelling in een spoorbocht niet groter zijn dan 0,5 m/s². Wat is de kleinste straal rmin voor een bocht die met 200 km/h wordt genomen?
In een rotor op de kermis staan de deelnemers tegen de wand van een verticale cilinder met straal 1,5 m. Als die snel genoeg draait, zakt de vloer weg en houdt de wrijving hen omhoog. De statische wrijvingscoëfficiënt is 0,5. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind het kleinste toerental n in omwentelingen per minuut.
Een auto van 1000 kg rijdt met 17 m/s over de top van een bult in de weg. De top van de bult is een cirkelboog met straal 75 m. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de normaalkracht N van de weg op de auto bovenaan.
Een bal van 2 kg aan een touw van 1,1 m wordt rondgeslingerd in een verticale cirkel. In het laagste punt beweegt hij met 5 m/s. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de spankracht T in het touw in het laagste punt.
Een bal van 0,7 kg aan een touw van 1 m wordt rondgeslingerd in een verticale cirkel. In het laagste punt beweegt hij met 6 m/s. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de spankracht T in het touw in het laagste punt.
Antwoordenblad
- 1. ac = 0,5 m/s²
- 2. rmin = 6173 m
- 3. n = 34,54 rpm
- 4. N = 5957 N
- 5. T = 65,07 N
- 6. T = 32,07 N
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.