1.Makkelijk
Selectieve aandacht wordt het best geïllustreerd door:
- AEen eerder gezien gezicht herkennen
- BEén gesprek volgen op een lawaaierig feest
- CEen telefoonnummer een paar seconden onthouden
- DEen rekensom oplossen
2.Makkelijk
Schade aan het gebied van Wernicke veroorzaakt meestal:
- AVerlies van het vermogen om bekende gezichten te herkennen
- BVerlies van het vermogen om te lezen, maar niet om te schrijven
- CTrage, moeizame spraak met goed begrip
- DVloeiende maar grotendeels betekenisloze spraak met slecht begrip
3.Makkelijk
Vergeten doordat nieuwe informatie het herinneren van oude informatie verstoort, heet:
- AVerval
- BRetroactieve interferentie
- CProactieve interferentie
- DVerdringing
4.Gemiddeld
Coderingsspecificiteit betekent dat herinneren het best lukt als:
- ADe stof in een lawaaierige ruimte wordt geleerd
- BEr alleen vlak voor het slapen wordt geleerd
- CDe context bij het ophalen overeenkomt met de context bij het leren
- DDe informatie in één lange sessie wordt geleerd
5.Gemiddeld
Welk kenmerk is typisch voor een automatisch proces, zoals het lezen van een bekend woord?
- AHet vraagt veel bewuste inspanning
- BHet wordt makkelijk verstoord door een tweede taak
- CHet is snel en moeilijk te stoppen als het eenmaal begonnen is
- DHet kan alleen langzaam, stap voor stap
6.Gemiddeld
Het auto-ongelukonderzoek van Loftus en Palmer liet zien dat:
- AHet geheugen voor gezichten betrouwbaarder is dan het geheugen voor gebeurtenissen
- BOoggetuigen snelheden altijd juist inschatten
- CStress de nauwkeurigheid van herinneren verbetert
- DDe formulering van een vraag de herinnering van een ooggetuige kan veranderen
7.Moeilijk
Glanzer en Cunitz lieten deelnemers 30 seconden tellen tussen het horen van een lijst en het herinneren ervan. Welk resultaat vonden ze?
- AHet herinneren werd gelijk op alle posities behalve het midden
- BHet primacy-effect verdween, maar het recency-effect bleef
- CHet recency-effect verdween, maar het primacy-effect bleef
- DBeide effecten werden groter
8.Moeilijk
In een stad is 85% van de taxi's groen en 15% blauw. Een getuige die in 80% van de gevallen gelijk heeft, zegt dat de taxi bij een ongeluk blauw was. Hoe groot is de kans dat hij echt blauw was?
- AOngeveer 80%
- BOngeveer 41%
- COngeveer 15%
- DOngeveer 68%
Antwoordenblad
- 1. B · Eén gesprek volgen op een lawaaierig feest
- 2. D · Vloeiende maar grotendeels betekenisloze spraak met slecht begrip
- 3. B · Retroactieve interferentie
- 4. C · De context bij het ophalen overeenkomt met de context bij het leren
- 5. C · Het is snel en moeilijk te stoppen als het eenmaal begonnen is
- 6. D · De formulering van een vraag de herinnering van een ooggetuige kan veranderen
- 7. C · Het recency-effect verdween, maar het primacy-effect bleef
- 8. B · Ongeveer 41%
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.