Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal specificiteit Sp als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een stad heeft 31 500 inwoners. Aan het begin van een jaar hebben 237 van hen een chronische ziekte. In de loop van het jaar worden nog 352 mensen nieuw gediagnosticeerd (ga ervan uit dat niemand verhuist of overlijdt). Bepaal de cumulatieve incidentie CI over het jaar per 1000 mensen die risico lopen. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohort werden groepen mensen verschillend lang gevolgd (zie de tabel: aantal mensen en jaren follow-up per groep). Tijdens de follow-up traden 75 nieuwe gevallen op. Bepaal de incidentiedichtheid IR per 1000 persoonsjaren. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een test heeft een sensitiviteit van 73% en een specificiteit van 79%. Bepaal de negatieve likelihoodratio LR−. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 91% en specificiteit 79%. De prevalentie van de ziekte is 1%. Hoeveel terecht positieve uitslagen TP worden verwacht?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 84% en een specificiteit van 85%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 2%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. Sp = 98 %
- 2. CI = 11,3 per 1000
- 3. IR = 23,7 per 1000 persoonsjaren
- 4. LR− = 0,34
- 5. TP = 91
- 6. PPV = 10,3 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.