Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal specificiteit Sp als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een test heeft een sensitiviteit van 72% en een specificiteit van 83%. Bepaal de positieve likelihoodratio LR+. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal de negatieve likelihoodratio LR−. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 77% en een specificiteit van 96%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 20%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een behandeling verlaagt het risico op een gebeurtenis met 47% in relatieve termen (RRR = 47%). In een patiëntengroep is het risico zonder behandeling (CER) 9% over vijf jaar. Bepaal het number needed to treat NNT gedurende vijf jaar om één gebeurtenis te voorkomen. Rond naar boven af op een geheel aantal patiënten.
Antwoordenblad
- 1. NPV = 86,2 %
- 2. Sp = 87 %
- 3. LR+ = 4,24
- 4. LR− = 0,24
- 5. PPV = 82,8 %
- 6. NNT = 24
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.