Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een stad heeft 25 500 inwoners. Aan het begin van een jaar hebben 780 van hen een chronische ziekte. In de loop van het jaar worden nog 310 mensen nieuw gediagnosticeerd (ga ervan uit dat niemand verhuist of overlijdt). Bepaal de cumulatieve incidentie CI over het jaar per 1000 mensen die risico lopen. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een test heeft een sensitiviteit van 86% en een specificiteit van 62%. Bepaal de negatieve likelihoodratio LR−. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt-controleonderzoek vergelijkt 130 patiënten met een ziekte (cases) en 640 mensen zonder die ziekte (controles). De tabel toont hoeveel mensen in elke groep aan een risicofactor waren blootgesteld. Bepaal de odds ratio OR voor de blootstelling. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 88% en specificiteit 99%. De prevalentie van de ziekte is 10%. Hoeveel terecht positieve uitslagen TP worden verwacht?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 96% en een specificiteit van 88%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 3%. Bepaal de negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. CI = 12,5 per 1000
- 2. PPV = 20,4 %
- 3. LR− = 0,23
- 4. OR = 4,05
- 5. TP = 880
- 6. NPV = 99,9 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.