Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal accuratesse Acc als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohort werden groepen mensen verschillend lang gevolgd (zie de tabel: aantal mensen en jaren follow-up per groep). Tijdens de follow-up traden 50 nieuwe gevallen op. Bepaal de incidentiedichtheid IR per 1000 persoonsjaren. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohortonderzoek droegen blootgestelde mensen 6500 persoonsjaren bij met 309 nieuwe gevallen, en niet-blootgestelde mensen 6100 persoonsjaren met 116 nieuwe gevallen. Bepaal de incidentiedichtheidsratio IRR (blootgesteld versus niet-blootgesteld). Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 92% en een specificiteit van 89%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 5%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 78% en specificiteit 98%. De prevalentie van de ziekte is 8%. Hoeveel onterecht positieve uitslagen FP worden verwacht?
Antwoordenblad
- 1. NPV = 90,7 %
- 2. Acc = 77,3 %
- 3. IR = 43,9 per 1000 persoonsjaren
- 4. IRR = 2,5
- 5. PPV = 30,6 %
- 6. FP = 184
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.