Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal specificiteit Sp als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohortonderzoek droegen blootgestelde mensen 3100 persoonsjaren bij met 205 nieuwe gevallen, en niet-blootgestelde mensen 1900 persoonsjaren met 42 nieuwe gevallen. Bepaal de incidentiedichtheidsratio IRR (blootgesteld versus niet-blootgesteld). Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een gerandomiseerde studie kregen 520 patiënten een nieuwe behandeling en 150 de controlebehandeling. De tabel toont hoeveel patiënten in elke groep de uitkomst (een ongewenste gebeurtenis zoals een beroerte) hadden. Bepaal de relatieve risicoreductie RRR als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft een voortestkans van 50% op een ziekte. Een test met sensitiviteit 64% en specificiteit 86% geeft een negatief uitslag. Bepaal de natestkans p′ op de ziekte als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 79% en een specificiteit van 82%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 10%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. NPV = 96,3 %
- 2. Sp = 75 %
- 3. IRR = 2,99
- 4. RRR = 40,4 %
- 5. p′ = 29,5 %
- 6. PPV = 32,8 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.