Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een stad heeft 41 500 inwoners. Aan het begin van een jaar hebben 792 van hen een chronische ziekte. In de loop van het jaar worden nog 277 mensen nieuw gediagnosticeerd (ga ervan uit dat niemand verhuist of overlijdt). Bepaal de puntprevalentie P aan het begin van het jaar per 1000 inwoners. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal prevalentie in de studie p als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohort werden groepen mensen verschillend lang gevolgd (zie de tabel: aantal mensen en jaren follow-up per groep). Tijdens de follow-up traden 103 nieuwe gevallen op. Bepaal de incidentiedichtheid IR per 1000 persoonsjaren. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohortonderzoek droegen blootgestelde mensen 1100 persoonsjaren bij met 45 nieuwe gevallen, en niet-blootgestelde mensen 5800 persoonsjaren met 157 nieuwe gevallen. Bepaal de incidentiedichtheidsratio IRR (blootgesteld versus niet-blootgesteld). Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 76% en specificiteit 75%. De prevalentie van de ziekte is 8%. Hoeveel mensen met de ziekte worden door de test gemist (onterecht negatieven, FN)?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 76% en specificiteit 91%. De prevalentie van de ziekte is 13%. Hoeveel onterecht positieve uitslagen FP worden verwacht?
Antwoordenblad
- 1. P = 19,1 per 1000
- 2. p = 9,7 %
- 3. IR = 38,8 per 1000 persoonsjaren
- 4. IRR = 1,51
- 5. FN = 192
- 6. FP = 783
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.