Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal sensitiviteit Se als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal accuratesse Acc als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohortonderzoek droegen blootgestelde mensen 2300 persoonsjaren bij met 83 nieuwe gevallen, en niet-blootgestelde mensen 7400 persoonsjaren met 67 nieuwe gevallen. Bepaal de incidentiedichtheidsratio IRR (blootgesteld versus niet-blootgesteld). Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohort werden groepen mensen verschillend lang gevolgd (zie de tabel: aantal mensen en jaren follow-up per groep). Tijdens de follow-up traden 6 nieuwe gevallen op. Bepaal de incidentiedichtheid IR per 1000 persoonsjaren. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 71% en specificiteit 80%. De prevalentie van de ziekte is 20%. Hoeveel onterecht positieve uitslagen FP worden verwacht?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 90% en een specificiteit van 94%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 2%. Bepaal de negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. Se = 65,3 %
- 2. Acc = 94,3 %
- 3. IRR = 3,99
- 4. IR = 6,3 per 1000 persoonsjaren
- 5. FP = 1600
- 6. NPV = 99,8 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.