Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal specificiteit Sp als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal sensitiviteit Se als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohort werden groepen mensen verschillend lang gevolgd (zie de tabel: aantal mensen en jaren follow-up per groep). Tijdens de follow-up traden 12 nieuwe gevallen op. Bepaal de incidentiedichtheid IR per 1000 persoonsjaren. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een gerandomiseerde studie kregen 890 patiënten een nieuwe behandeling en 280 de controlebehandeling. De tabel toont hoeveel patiënten in elke groep de uitkomst (een ongewenste gebeurtenis zoals een beroerte) hadden. Bepaal het number needed to treat NNT om één gebeurtenis te voorkomen. Rond naar boven af op een geheel aantal patiënten.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 82% en een specificiteit van 82%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 1%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 70% en specificiteit 91%. De prevalentie van de ziekte is 8%. Hoeveel terecht positieve uitslagen TP worden verwacht?
Antwoordenblad
- 1. Sp = 73 %
- 2. Se = 93,3 %
- 3. IR = 16,7 per 1000 persoonsjaren
- 4. NNT = 6
- 5. PPV = 4,4 %
- 6. TP = 560
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.