Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal sensitiviteit Se als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal specificiteit Sp als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een gerandomiseerde studie kregen 1000 patiënten een nieuwe behandeling en 750 de controlebehandeling. De tabel toont hoeveel patiënten in elke groep de uitkomst (een ongewenste gebeurtenis zoals een beroerte) hadden. Bepaal het relatieve risico RR op de gebeurtenis met behandeling. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal de negatieve likelihoodratio LR−. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 89% en een specificiteit van 80%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 2%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft een voortestkans van 25% op een ziekte. Een test met sensitiviteit 74% en specificiteit 82% geeft een positief uitslag. Bepaal de natestkans p′ op de ziekte als percentage. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. Se = 65,8 %
- 2. Sp = 80 %
- 3. RR = 0,75
- 4. LR− = 0,42
- 5. PPV = 8,3 %
- 6. p′ = 57,8 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.